donderdag 15 november 2007

Blog -> Groep 1

Beste Chris en Amy,

Dit is het bericht waar jullie de verslagen van groep 1 aan kunnen toevoegen.

Met vriendelijke groeten,

Piet

9 opmerkingen:

Chris zei

Atelierproject Chris:

Casual puzzle game met als bedoeling ontstressend te werken.
Ook een onderzoek naar nieuwe game mechanics en nieuwe beeldtaal staat centraal.

atelierproject amy

Het effect van licht op de ruimte met betrekking tot de transparantie, kleur, schaduw, ...

Chris zei

Project:

Spelen met licht

ideeën:
- Spel met lichtstralen die je moet ontwijken, lukt dit niet dan gaat er een alarm af.
- Lichtstralen zo spiegelen (met bvb spiegelhandschoenen) dat ze een bepaald punt raken. Lukt dit dan ga je naar de volgende level. Het spel kan uitgebreid worden naar een spel voor 2 spelers die het tegen elkaar opnemen. Behalve hun eigen lichtstraal naar het juiste punt te richten kunnen ze ook de lichtstraal van de tegenstander blokkeren waardoor deze opzoek moet gaan naar een andere oplossing/breking/... van zijn lichtjaar.
- Het licht gaat de interactie aan met de ruimte doormiddel van film. Verandert het licht in de film dan verandert de intensiteit van het licht in de ruimte. Bv: als er een explotie plaats vindt in de film dan zal het licht in de ruimte ook de kleur aannemen van de explosie om zo de beleving uitgebreider te maken voor de kijker.

Chris zei

Analyse van licht in virtuele ruimtes. De opbouw van de belichting overbrengen naar een zelf gemaakte ruimte en onderzoeken of dit soort van belichting in een werkelijke ruimte hetzelfde gevoel kan geven.

Sarah zei

beste Chris en Amy,

Vorige week bleken jullie er nog niet echt uit. Hou dit zoekproces hier wat beter bij: wat zijn de problemen en denkpistes?

vb Amy wil zich focussen op het ontwerp van de lichtbron, of ook het feit dat er een groot verschil bestaat mbt jullie respectievelijke kennis van software. Hoe ervaren jullie dit?

Sarah zei

terugkoppeling theorie 7/12:

1. Hoe zijn jullie eindwerken verwerkt in je concept? Heeft dit project invloed op het concept van je eindwerk?

2. Jullie hebben het over het vertalen van digitale licht naar een werkelijke ruimte. Wil je hierdoor iets te weten komen over artificiële belichting?

3. Welke aspecten van belichting interesseren jullie? Het gevoelsmatige, het abstracte, het immateriële,...?

4. Is articificiële belichting binnenshuis vergelijkbaar met belichting van een 3D ruimte?

5. Welke tools of parameters bestaan er binnen 3D programma’s om licht weer te geven? Is belichting iets dat achteraf wordt toegevoegd, om maakt het doorlopend deel uit van het ontwerpproces van 3D objecten?

6. Welke programma’s staan bekend voor hun opmerkelijke tools om licht digitaal weer te geven? Is daarbij het nabootsen van realistisch licht een doelstelling van de programmabouwers?

7. Wat is jullie onderzoek? Welke technieken, materie of theoretische vragen stellen jullie bij dit project?

8. Hoe zit het met belichting binnen games? Wordt belichting vooral nagebootst zoals het er in de reële wereld uitziet? Worden belichtingstechnieken uit films geimiteerd? Of is er soms sprake van nieuwe experimentele vormen van belichting?

9. Hoe belangrijk is licht voor de immersie van een individu in een omgeving?

10. Hoe kan je het artikel van Manovich mbt de eigenschappen van nieuwe media toepassen op jullie concept?

11. (cf artikel R. Braidotti) Impliceert interactiviteit voor jullie altijd een menselijke aanwezigheid? Waarom wel/niet?

12. Welke rol speelt interactiviteit in jullie concept?

13. Wordt licht in games ingezet om een bepaalde subjectiviteit te suggereren?

14. Amy, beschrijf eens gevoelsmatig wat de computer, software en programma’s bij je oproepen? Welke rol spelen nieuwe technologieën in jullie dagelijkse leven?

15. In het interview met kunstenaars Anouk De Clercq en Jelle Galle wordt gezegd dat ze eigenlijk nog tot een ‘analoge’ generatie behoren, die pas na de studies, maw de vormingsjaren, met de computer begonnen te werken. Voelen jullie zich de eerste generatie van ‘digitale kunstenaars en ontwerpers’ ? Of is er al sprake van een geïnstitutionaliseerde praktijk?

16. Chris, heeft software voor jou een puur uitvoerende functie van een vooraf bepaald concept of gebeurt het dat je tijdens het ontwerpen in een programma nieuwe inspiratie krijgt?

Chris zei

Alles over boord gegooid.

Na een brainstorm over wat ons bij gebleven is van onze prille jaren en jeugd zijn we er bij uitgekomen dat we vroeger beide angst hadden voor glijbanen.

Met dit gegeven willen we een glijbaan zelf creëren. Dit kan zich op verschillende manieren vormelijk uiten. Als filmpje, als sculptuur, "kunstobject", ...

Het gegeven "licht" uit onze vorige gedachtengang willen we ook nog behouden en verwerken in dit project.

Tevens is een glijbaan een soort spel. Zowel voor de personen als voor de omstaanders. En het lijnenspel/vormenspel van de glijbaan.

Chris zei

1. Hoe zijn jullie eindwerken verwerkt in je concept? Heeft dit project invloed op het concept van je eindwerk?
Omdat we een nieuwe weg zijn ingeslagen is ons concept momenteel niet meer verbonden met onze eindwerken. Maar omdat het concept nu terug van begin af aan opgebouwd wordt is er nog wel een mogelijkheid dat er een koppeling of aanraking komt met onze eindwerken.

2. Jullie hebben het over het vertalen van digitale licht naar een werkelijke ruimte. Wil je hierdoor iets te weten komen over artificiële belichting?
Deze vraag past niet meer binnen ons nieuwe concept.

3. Welke aspecten van belichting interesseren jullie? Het gevoelsmatige, het abstracte, het immateriële,...?
Past ook niet meer binnen het nieuwe concept. Maar het aspect van het gevoelsmatige, sfeer en de invloed van licht op de mens ligt zeer kort bij het eindwerk van Amy.

4. Is artificiële belichting binnenshuis vergelijkbaar met belichting van een 3D ruimte?
Artificiële belichting kan perfect nagebootst worden. Ook natuurlijk licht is geen enkel probleem in een 3D ruimte. Met de huidige pakketen is het mogelijk om ieder soort licht te ontwerpen of na te bootsen.

5. Welke tools of parameters bestaan er binnen 3D programma’s om licht weer te geven? Is belichting iets dat achteraf wordt toegevoegd, om maakt het doorlopend deel uit van het ontwerpproces van 3D objecten?
Dit is sterk verbonden met het object dat wordt gemaakt.
Als men characters of andere objecten (auto’s, meubelen, ….) dan wordt de belichting pas op het einde gedaan. Als er tenminste om een belichte gevraagd wordt.
Naar videogames toe zal er voor deze objecten op een andere manier voor licht gezorgd worden (de level waarin de objecten zich bevinden zal het licht met zich meebrengen).
Als het gaat om een productie afbeelding dan zal de beste belichting gesimuleerd worden. Meestal wordt de belichting van fotostudio’s overgenomen en eventueel verder geperfectioneerd.
Als het object een interieur of bvb een level van een videogame is, dan wordt de belichting al voorzien in de concept schetsen. Hier maakt het licht dan deel uit van de omgeving om de juiste plaatsen uit te lichten of te accentueren. Bij het ontwerpen van interieurs kan men op deze manier heel wat combinaties van verlichting maken om zo tot de gewenste verlichting te komen.

6. Welke programma’s staan bekend voor hun opmerkelijke tools om licht digitaal weer te geven? Is daarbij het nabootsen van realistisch licht een doelstelling van de programmabouwers?
Heel wat 3D pakketen (Maya, 3DSMax, XSI, ….) bieden een zeer uitgebreide toolset aan voor verlichting. Meestal zijn dit standaard lichten die de gebruiker naar eigen wensen kan aanpassen of met vooraf bepaalde presets kan werken.
Nadat al de instellingen zijn gedaan zal het 3D object doorgegeven worden aan een render pakket. Hier kan men de kwaliteit ook nog instellen en welke technieken (photons, global illumination, final gathering, …) er moeten gebruikt worden om zo de gewenste belichting te laten berekenen. Enkele render pakketen, zoals VRay, Mental Ray, Brasil, Maxwell Render, zijn echt gespecialiseerd in het renderen van zowel realistisch licht, als elk ander soort licht.
Nabootsen van realistisch licht kan men zien als een doelstelling. In de nieuwe media wordt sterk gestreefd naar het realisme. Maar het realistisch licht is maar één van de bijna ontelbare opties die de programmeurs aanbieden in hun pakketen. De grote waaier van mogelijkheden is wat de meeste pakketen zo sterk maakt.
Toch zorgt niet alleen het licht voor het realisme. Als men een realistische afbeelding wil maken dan moet elk materiaal de juiste waarden meekrijgen (reflectie, transparantie, breking licht, …) om er realistisch uit te zien bij een realistische belichting.

7. Wat is jullie onderzoek? Welke technieken, materie of theoretische vragen stellen jullie bij dit project?
Omdat ons nieuwe concept nog iets verder moet uitgewerkt worden is het moeilijk om hier al een duidelijk en volledig antwoord op te geven.

8. Hoe zit het met belichting binnen games? Wordt belichting vooral nagebootst zoals het er in de reële wereld uitziet? Worden belichtingstechnieken uit films geïmiteerd? Of is er soms sprake van nieuwe experimentele vormen van belichting?
Alle mogelijkheden van belichting bestaan in games.
De laatste nieuwe realistische games (FarCry, Crisis, …) maken gebruik van een realistisch zonnesysteem. Het licht van de zon wordt perfect nagebootst, als ook het draaien van de aarde waardoor de schaduwen mee schuiven met het verlopen van de tijd in de games.
Anderzijds wordt er in indoor omgevingen in games het kunstlicht nagebootst. Hierin wordt ook geëxperimenteerd. Elke mogelijk qua kleur en intensiteit is mogelijk.

9. Hoe belangrijk is licht voor de immersie van een individu in een omgeving?
Het licht kan een sterke invloed hebben op de beleving van de ruimte, situatie, film, game, … waarin de gebruiker zich bevindt.
10. Hoe kan je het artikel van Manovich m.b.t. de eigenschappen van nieuwe media toepassen op jullie concept?
Omdat het concept nog niet volledig uitgewerkt is, is het nog niet mogelijk om zeer diep hierop in te gaan.
Het gegeven “glijbaan” waarrond we gaan werken kan bij Manovich zich goed vinden in de stelling van dat er verschillende mogelijkheden kunnen gecreëerd worden met dezelfde data. Het woord glijbaan slaat op heel wat types van glijbanen.

11. (cf artikel R. Braidotti) Impliceert interactiviteit voor jullie altijd een menselijke aanwezigheid? Waarom wel/niet?
Als we de interactiviteit toepassen op ons concept rond de glijbaan dan is een menselijke aanwezigheid nodig om een interactie te verkrijgen. Natuurlijk kan je elk soort object in een glijbaan plaatsen. Toch zal alleen de menselijk aanwezigheid in de glijbaan het effect van de glijbaan kunnen ervaren. Nochtans is de interactie vrij beperkt. Je ondergaat de glijbaan en je kan enkel bepalen of je trager of sneller wil gaan door eigen toedoen.

12. Welke rol speelt interactiviteit in jullie concept?
Omdat ons concept nog verder moet uitgewerkt worden is het nog niet mogelijk om hier een volledig en duidelijk antwoord op te geven.

13. Wordt licht in games ingezet om een bepaalde subjectiviteit te suggereren?
Licht wordt zeer vaak gebruikt om de sfeer te benadrukken. Of om bepaalde emoties te ondersteunen. Ook kan het een onderdeel van het spel zelf zijn.

14. Amy, beschrijf eens gevoelsmatig wat de computer, software en programma’s bij je oproepen? Welke rol spelen nieuwe technologieën in jullie dagelijkse leven?
Computers zeggen me niet zoveel. Ik werk liever met echte materialen. Een computer gebruik ik vooral om te chatten en voor muziek. Gamen doe ik ook, maar op een console omdat je hier gewoon je cd insteekt en direct kan spelen.
De nieuwe technologieën zijn op sommige vlakken al niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. Computers en de nieuwe generaties van game consoles is hier een zeer goed voorbeeld van. Maar ook domotica is iets wat veel voorkomt in het dagelijkse leven. Of denken we maar aan een GSM of GPS. Veel mensen zouden al niet meer weten wat te doen zonder deze toestellen.
Chris: Voor mij is nieuwe technologie iets waar ik dagelijks mee bezig ben. En het is iets wat mij zeer sterk interesseert. Een computer biedt voor mij nog weinig geheimen. En ook op het vlak van studies en werk maak ik veel gebruik van deze nieuwe technologieën.

15. In het interview met kunstenaars Anouk De Clercq en Jelle Galle wordt gezegd dat ze eigenlijk nog tot een ‘analoge’ generatie behoren, die pas na de studies, maw de vormingsjaren, met de computer begonnen te werken. Voelen jullie zich de eerste generatie van ‘digitale kunstenaars en ontwerpers’ ? Of is er al sprake van een geïnstitutionaliseerde praktijk?
We denken dat we nog in een soort van overgangsgeneratie zitten. We zijn opgegroeid met het sterk opkomen van het digitale tijdperk. Toch zitten we ook nog in een generatie die zowel analoog als digitaal te werk gaat. En wordt er veel gecombineerd met analoog en digitaal.

16. Chris, heeft software voor jou een puur uitvoerende functie van een vooraf bepaald concept of gebeurt het dat je tijdens het ontwerpen in een programma nieuwe inspiratie krijgt?
Beide zijn mogelijk. Veel wordt bepaald door de doelstelling.
Als ik een zeer concreet idee heb dan zet ik dit meestal eerst op papier. En dan hou ik mij daar ook zeer sterk aan. Hier heeft het programma dan echt een puur uitvoerende functie.
Als ik rechtstreeks begin te ontwerpen op computer zonder een precies idee, dan laat ik het soms wat over aan het toeval en dit zorgt regelmatig ook voor nieuwe inspiratie. Nieuwe vormen of beelden kunnen dan ontstaan waar ik eerst niet aan gedacht had. Zo kunnen heel wat nieuwe variaties ontstaan.

Sarah zei

Terugkoppeling theorie 14-12

1. Welk programma gebruik je voor de uitvoering? Sla je de manual er op na?

2. Welke plaats heeft het eindresultaat/eindobject tav de rest het proces dat je meemaakte tijdens de module? Is het een sample, volledige uitwerking als doelstelling, symbool, ...?

3. Vind je dat er binnen een artistiek proces een voorafgaande (lange) conceptuele fase noodzakelijk is vooraleer over te gaan tot de materiële uitvoering? Is dit nodeloos complex maken of net noodzakelijk?

4. Staan digitale technieken improvisatie, toeval en vrije associatie bij de artistieke creatie in de weg?

5. Bij jullie antwoorden kwam vaak de link afhankelijkheid technologie versus het belang van technische kennis aan bod. Heeft een kunstenaar de taak technologie te doorgronden, voorbij een gepopulariseerd, oppervlakkig gebruik, zodat hij deze afhankelijkheid kan minimaliseren?

6. Hebben jullie tijdens deze module ondervonden dat er een verschillende benadering heerst tussen respectievelijk studenten van grafische-vrije?

7. Beschouwen jullie nieuwe digitale technologieën als tegengesteld aan het ambachtelijke, artisanale?

8. Voor de studenten die niet de optie interactieve volgen: heeft deze korte module jullie een andere kijk op digitaal ontwerp en het gebruik van digitaal ontwerp bezorgd? Op welke manier?

Chris zei

1. Welk programma gebruik je voor de uitvoering? Sla je de manual er op na?


Voor de uitvoering van dit project zullen verschillende programma's gebruikt worden. Maya voor het 3D gedeelte. Photoshop voor de textures. Premiere voor het monteren van het filmpje.

De handleiding gebruik ik (Chris) persoonlijk niet zo vaak. Ik zoek op internet eerder tutorials om zo het programma op een praktische manier onder de knie te krijgen.


2. Welke plaats heeft het eindresultaat/eindobject tav de rest het proces dat je meemaakte tijdens de module? Is het een sample, volledige uitwerking als doelstelling, symbool, ...?


Het eindproject is een klein deel van ons proces. We hebben het wat tijd gestoken in het zoeken en op punt stellen van een goed concept.


3. Vind je dat er binnen een artistiek proces een voorafgaande (lange) conceptuele fase noodzakelijk is vooraleer over te gaan tot de materiële uitvoering? Is dit nodeloos complex maken of net noodzakelijk?


Een concept kan handig zijn om je te sturen. Maar is niet altijd noodzakelijk. Improvisatie kan ook heel wat goede ideeën en objecten opleveren.


4. Staan digitale technieken improvisatie, toeval en vrije associatie bij de artistieke creatie in de weg?


Chris: Ik vind dat digitale technieken niet zo zeer in de weg staan voor improvisatie en toeval. Eenmaal je een programma goed beheerst leidt je het programma en wordt je niet geleid door het programma. Hierdoor kan je dan zeker gaan improviseren.


5. Bij jullie antwoorden kwam vaak de link afhankelijkheid technologie versus het belang van technische kennis aan bod. Heeft een kunstenaar de taak technologie te doorgronden, voorbij een gepopulariseerd, oppervlakkig gebruik, zodat hij deze afhankelijkheid kan minimaliseren?


Zeer zeker, kennis van het materiaal is zeer belangrijk. Dit geldt voor ieder materiaal. Wanneer je een materiaal volledig onder de knie hebt kan je alle mogelijkheden binnen dat materiaal gaan benutten. En dit geldt even goed voor een digitale techniek.


6. Hebben jullie tijdens deze module ondervonden dat er een verschillende benadering heerst tussen respectievelijk studenten van grafische-vrije?


Een echt verschillende benadering hebben we niet echt opgemerkt.


7. Beschouwen jullie nieuwe digitale technologieën als tegengesteld aan het ambachtelijke, artisanale?


Amy: Ja, het is iets totaal anders.
Chris: Digitale technologie is misschien niet zo "zwaar" als werken met echte materialen en daardoor misschien niet zo ambachtelijk. Toch moet het digitale niet onderschat worden en kan de creatie van een object in een digitale versie evenveel inspanning en tijd vragen als bij het maken in bv echte klei.


8. Voor de studenten die niet de optie interactieve volgen: heeft deze korte module jullie een andere kijk op digitaal ontwerp en het gebruik van digitaal ontwerp bezorgd? Op welke manier?


Amy: Ja, het heeft mij laten zien dat het veel mogelijkheden biedt. Meer dan ik verwacht had. Ik had ook gehoopt om binnen deze module er mee te leren werken.