donderdag 15 november 2007

Blog -> Groep 2

Beste Davy en Liesbeth,

Dit is het bericht waar jullie de verslagen van groep 2 aan kunnen toevoegen.

Met vriendelijke groeten,

Piet

9 opmerkingen:

Liesbeth zei

Davy: Onderzoek naar nieuwe vorm van navigeren op het internet. Omzetten van een website naar een grafish beeld.

Liesbeth: onderzoek naar de toepassing van groeipatronen (vooral structuren en constructies uit de architectuur) op entourageringen.

Masterstudio: van de basis van de entourage ring een zelfdragende structuur ontwerpen die uit zichzelf voortgroeit om een organisch geheel te vormen.

Links:
http://futureblog.designhotels.com/wp-content/uploads/2007/08/cityscape2klein.JPG

http://www.levitated.net/

Liesbeth zei

We hebben gewerkt aan een 3D model wat als één van de basiselementen van het 3D-object dient
en verschillende vormelijke mogelijkheden gezocht die in aanmerking komen voor de "bouwstenen" van het zelfdragend object.

Sarah zei

Liesbeth en Davy,

Kunnen jullie wat meer in detail gaan? vb ivm het feit dat het zoeken naar een oplossing van een praktisch constructieprobleem van de entouragering tegelijk ook een gewilde esthetische uitkomst heeft.

Graag ook hier wat meer commentaar over het gebruik van de software, naar analogie van wat we tijdens de vrijdagnamiddagen besproken.

Davy, je houdt je voor je eindwerk eveneens bezig met een meer 'esthetische' vraagstelling tav een 'structurerend-functioneel' netwerk. In dit geval wordt de netwerkstructuur helemaal geïsoleerd van de "toepassing" (navigeren, circuleren van informatie). Leidt dit visuele uitgangspunt je ook nieuwe netwerkstructuren?


Sarah

Sarah zei

terugkoppeling theorie 7/12
1. Hoe zijn jullie eindwerken verwerkt in je concept? Heeft dit project invloed op het concept van je eindwerk?

2. Jullie eindwerken zijn beide sterk technisch en abstract geöriënteerd qua onderzoek, maar eindigen in “visuele presentaties”. Gebeurt het soms dat je in deze visuele weergaves van dit soort van genetwerkte structuren achteraf toch een metafoor, figuratie of “representatie” (“weergave van iets uit de werkelijkheid”) herkent?

3. Hoe belangrijk zijn harmonie en symmetrie in dit ontwerp? Is dit iets wat je zoekt of eerder toevallig gebeurt?

4. Hoe definieer je ‘organisch’? Hoe levend zijn netwerkstructuren?

5. Hoe kan je de modulaire eigenschap van nieuwe media objecten linken aan jullie concept?

6. Liesbeth, beschrijf eens gevoelsmatig wat de computer, software en programma’s bij je oproepen? Welke rol spelen nieuwe technologieën in jullie dagelijkse leven?

7. Liesbeth, denk je dat digitaal 3D ontwerpen tot een nieuwe esthetiek kan leiden binnen juweelontwerp?

8. Davy, heeft software voor jou een puur uitvoerende functie van een vooraf bepaald concept of gebeurt het dat je tijdens het ontwerpen in een programma nieuwe inspiratie krijgt?

9. Hoe onderzoek je een empirische eigenschap als ‘zelfdragendheid’ binnen een virtuele ontwerpcontext?

10. Valt jullie ‘organisch groeiproces’ te linken met Manovich’ concept van automatiek?

11. Hoe verbind je het ‘zelfdragende’ (daarmee onafhankelijkheid suggererend) met het concept van een netwerk?

12. Is er een einde aan jullie netwerk, bestaat het maw onafhankelijk? Hoe zien jullie jullie object verder groeien? Bestaat het autonoom of speelt een vorm van interactie met de mens een rol?

13. Liesbeth, denk je dat digitaal 3D ontwerpen tot een nieuwe esthetiek kan leiden binnen juweelontwerp?

14. In het interview met kunstenaars Anouk De Clercq en Jelle Galle wordt gezegd dat ze eigenlijk nog tot een ‘analoge’ generatie behoren, die pas na de studies, maw de vormingsjaren, met de computer begonnen te werken. Voelen jullie zich de eerste generatie van ‘digitale kunstenaars en ontwerpers’ ? Of is er al sprake van een geïnstitutionaliseerde praktijk?

Liesbeth zei

Update concept :

het vertalen van de entourage ring naar een architecturale sculptuur.Omdat architectuur een van de weinige andere kunstvormen is naast onze ateliers die dezelfde vereiste stelt aan materialen, namelijk met zo weinig mogelijk materialen een stevige constructie maken. Dit door de structuur waarop een steen rust (griffen) te gaan gebruiken in 3 dimensies en met behoud van zijn doelstelling (doorlaten van zoveel mogelijk licht) .
De vorm van de sculptuur gaat bepaald worden door de coördinaten van een briljant geslepen steen ( meest typische slijpvorm voor stenen, om terug te gaan naar de oorspronkelijke functie van de modules (griffen) namelijk het ondersteunen van de steen) te gaan vertalen en zo nieuwe grenzen bepaald worden.

De sculptuur gaat volledig opgebouwd worden uit modules (griffen) die door wiskundige verhoudingen (fibonacci,tribonacci) aan elkaar gelinkt zijn. Dit samengebracht in de vorm van de sculptuur brengt een complexe vorm voort die sterk aanleunt bij vormen in de natuur.

Door al deze oorspronkelijke elementen van de entourage ring anders te gaan interpreteren binnen andere vakgebieden willen we een sculptuur bekomen die dezelfde kenmerken bezit maar waarvan het beeld en de functie ervan verandert is.

http://www.collectiveperception.com/index.php?startRow=100&PHPSESSID=3ce74d50f279dd13e1d2442cdfa14e49

http://mathworld.wolfram.com/SnubCube.html

Liesbeth zei

http://ffffound.com/
http://ntmy.org/

voor piet.

Liesbeth zei

1. Liesbeth : Mijn eindwerk gaat over entourage-ringen. Voor deze opdracht zijn we vertrokken van de klassieke vormgeving van deze ringen en hun typische eigenschappen (zoals de “draadconstructies” die ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk licht doorheen kan). Voor mijn eigen ontwerpen haal ik mijn inspiratie uit groeipatronen van steden en architectuur. Ook het laten “groeien” van ons object is een groeipatroon, maar eerder zoals Davy werkt met “groeiende” elementen.



Davy : de link met mijn eindwerk ligt vooral bij het vertalen van een beeld naar een abstract geheel door gebruik te maken van code waarbij enkel de grenzen bepaald worden. De code beslist uiteindelijk zelf de vorm. Iets wat we ook gaan toepassen in dit concept maar dan in 3 dimensies. dit project heeft geen invloed op mijn werk maar werkt wel ondersteunend.

2. Liesbeth: In mijn werk zal er eventueel nog een verwijzing zijn naar entourage-ringen, maar de nadruk ligt meer op groeipatronen en op architectuur, hiervan gaan er dus meer “sporen” achterblijven dan van het klassieke model van entourage-ringen zelf.



Davy: bij mijn eindwerk is het de bedoeling om een bestaand beeld te gaan herwerken tot een abstracte compilatie van informatie die uit het beeld gehaald is. deze uitwerkingen zijn onbepaald op voorhand en dus niet in de hand gewerkt.

3. Het is niet van belang voor ons project maar de kans is groot dat het er uiteindelijk in gaat zitten doordat de opbouw vertrekt uit de wiskunde die ook in de natuur voortkomt.

4. in interactieve media word organisch gedefinieerd als een proces dat zelf creëert binnen afgesproken grenzen.
Binnen juweelkunst wordt het begrip “organisch” vooral gelinkt aan een bepaalde vormentaal, vormen die er natuurlijk uitzien, en niet strak, hoekig of minimalistisch. het gebruik van natuurlijke materialen (welke niet geometrisch gebruikt worden) wordt vaak ook organisch bestempeld, maar meestal bedoelt men hiermee afgeronde natuurlijke vormen. 

netwerkstructuren zijn enkel levend te beschouwen als een communicatie tussen 2 punten die aan en af kan springen. maar er is iemand ( begin en eindpunt ) noodzakelijk om interactie te verkrijgen.

5. De sculptuur gaat volledig opgebouwd worden uit modules (griffen) die door wiskundige verhoudingen (fibonacci,tribonacci) aan elkaar gelinkt zijn.


6. Een computer is een handig hulpmiddel, maar wordt vooral gebruikt om informatie te verzamelen en te verwerken. Programma’s die dit vergemakkelijken zijn altijd mooi meegenomen, indien je de nodige kennis hebt om ermee te werken, anders kan het heel vervelend zijn als je met een programma niet het gewenste resultaat krijgt (door gebrek aan technische kennis).
In mijn dagelijks leven maak ik zoals eerder vermeld niet zo veel gebruik van een computer, het gebruik ervan voor mijn werk beperkt zich tot het verzamelen van informatie.


7. Binnen het domein van juweelkunst lijkt de invloed van 3D ontwerp nog zeer beperkt, volgens mij zou dit vooral gebruikt worden om sneller verschillende mogelijkheden te onderzoeken (vermits het uitvoeren veel meer tijd in beslag neemt).
Het ontwerpen van juwelen is een kunstvorm die nog steeds sterk gelinkt is aan het ambachtelijke van de uitvoering (en het materiaal).


8. Vertrekkende van een vooraf bepaald concept mag software enkel uitvoerend werken. meestal word in de loop van het ontwerp proces nog wat gefinetuned door middel van verschillende mogelijkheden af te gaan , maar dit is enkel voor detailes.

9. 1 Door wiskunde vormen te gaan gebruiken die zelfdragendheid kunnen 
garanderen. Deze moet aan bepaalde voorwaarden voldoen alvorens ze van toepassing kunnen zijn ( vb veel licht doorlaten )


2 Door gebruik te maken van zwaartekracht simulaties binnen een 3D programma. 
Hierdoor kan de sculptuur willekeurig opgebouwd worden.

10. Het organisch groei proces wordt willekeurig opgebouwd door de computer waar 
enkel de grenzen van bepaald zijn.

11. Met zelfdragende suggereren wij dat de modules binnen een geheel elkaar ondersteunen in de vorm van een netwerk.

12. het netwerk op zich is oneindig maar wij gaan het begrenzen om het zo binnen onze context te houden. interactie met de mens zou belangrijk zijn wanneer het een fysiek tentoon gesteld werk is waarbij het licht en de positie vanwaar het bekeken wordt een belangrijke rol speelt.

13. zie vraag 7.

14. Het gebruik maken van digitale media is overal doorgedrongen maar blijft nog altijd een keuze bij productie en bij uitwerking. De eerste generatie digitale “kunstenaars” waren zij die in die computer een medium zagen om hun doel te bereiken. ik noem mezelf geen digitaal ontwerper maar eerder een gebruiker van het digitale medium.

Sarah zei

1. Welk programma gebruik je voor de uitvoering? Sla je de manual er op na?

2. Welke plaats heeft het eindresultaat/eindobject tav de rest het proces dat je meemaakte tijdens de module? Is het een sample, volledige uitwerking als doelstelling, symbool, ...?

3. Vind je dat er binnen een artistiek proces een voorafgaande (lange) conceptuele fase noodzakelijk is vooraleer over te gaan tot de materiële uitvoering? Is dit nodeloos complex maken of net noodzakelijk?

4. Staan digitale technieken improvisatie, toeval en een vrij associatief artistieke creatie in de weg?

5. Bij jullie antwoorden kwam vaak de link afhankelijkheid technologie versus het belang van technische kennis aan bod. Heeft een kunstenaar de taak technologie te doorgronden, voorbij een gepopulariseerd, oppervlakkig gebruik, zodat hij deze afhankelijkheid kan minimaliseren?

6. Hebben jullie tijdens deze module ondervonden dat er een verschillende benadering heerst tussen respectievelijk studenten van grafische-vrije?

7. Beschouwen jullie nieuwe digitale technologieën als tegengesteld aan het ambachtelijke, artisanale?

8. Voor de studenten die niet de optie interactieve volgen: heeft deze korte module jullie een andere kijk op digitaal ontwerp en het gebruik van digitaal ontwerp bezorgd? Op welke manier?

9. Davy, je bent zelf heel sterk bezig met code, welke gelijkenissen zijn er tussen code en concept? Op welke basis leg je die grenzen vast?

Liesbeth zei

1. Voor de uitwerking van het 3D object gebruiken Cinema 4D, maar hiervoor doen we geen beroep op de handleiding van het programma. werken met voorkennis van het programma en door ermee te werken leer je ook steeds meer bij.



2. We hopen dat het eindresultaat een uitwerking zal zijn van het onderzoek. In principe zou het moeten werken, eventueel wel als schaalmodel. Doordat er veel tijd kruipt in het programmeren gaan het eindresultaat wel moeten beperken.



3. Volgens mij is dit voor iedereen anders, zelfs voor elk apart werk kan dit verschillen.
Soms gaat er een lang zoekproces aan vooraf en primeert vooral het idee dat erachter zit, het concept. Maar het kan even goed dat je plots een goede ingeving krijgt (dit proces hoef niet noodzakelijk traag vooruit te gaan).
Ook door te werken met materiaal komen er vaak veel goede ideeën, bij welke volgens mij vooral de nadruk ligt op vorm en techniek (vermits je vertrekt vanuit het materiaal).



4. Digitale technieken staan associatie, improvisatie en toeval niet minder in de weg dan andere technieken. Het gebruik van digitale technieken is net zoals andere methodes om te ontwerpen een proces wat stapsgewijs verloopt, en hierbinnen blijft dus ook ruimte vrij voor associatie en improvisatie. Enkel het medium waarmee men werk verschilt.



5. Een kunstenaar kan ervoor kiezen een programma volledig te doorgronden. Maar dit is niet de enige manier om het gewenste resultaat te bereiken. Een kunstenaar kan ook zijn werk volledig “ontwerpen” en dan voor de uitvoering beroep doen op de technische kennis van iemand die dagelijks met het programma werkt en hiermee omgaat zoals een leek kan omgaan met pen en papier. Door de uitvoering van het werk uit te besteden wordt het werk niet minderwaardig, er zijn veel (conceptuele) kunstenaars die dit toepassen. Een bekend voorbeeld hiervan is het werk van Wim Delvoye.



6. Ja er is een verschil: een student vrije kunsten werkt meer op een plastische manier en gebruikt doorgaans tekeningen (in perspectief getekend) om 3D objecten weer te geven. Vaak heb ik (Liesbeth) heel wat materiaal bij om “proefjes “ te maken en zo de vorm te onderzoeken.



7. Tegengesteld lijkt me te sterk uitgedrukt, het is gewoon een andere methode, met andere eigenschappen. Voor het maken van digitale 3D objecten is net zoals bij analoge “objecten” toch enige handigheid en technische kennis vereist, of het nu gaat over digitale of analoge media.



8. Voor ik aan deze module begon leek het gebruiken van 3D programma’s ver van mijn bed. Ik beweer helemaal niet dat ik er nu wel goed mee kan werken, maar ik heb wel gevoel dat ik hiermee zou leren werken moest ik dit noodzakelijk vinden voor mijn werk. In het begin leek het gebruiken van digitale technieken geen toepassing te hebben voor mijn eigen werk, maar ondertussen heb ik toch een aantal pluspunten ontdekt. Zoals het sneller werken, vooral als je een aantal dingen wilt vergelijken, verschillende texturen uitproberen en je kan altijd een stap terug gaan, iets in realiteit niet altijd mogelijk is.