Ik en Marie christine hebben na de brainstorm besloten om iets rond microorganismen te doen. mijn eindwerk omvat een intiutief muziek programma gebaseert op vorm en geluids associatie. Hier bij wil ik gebruik maken van een wateroppervlak dat bij aanraking toon produceert. Door het plaatsen van bepaalde vormen in het beeld kan de waterrimpeling die ontstaat gebroken worden waardoor een afbuiging in het geluid wordt veroorzaakt. De waterrimpeling kan ook gevangen worden door een soort van fuik(onderwaternet) waardoor het geluid blijft kaatsen binnenin die vorm. Een driehoekig vorm zal dus een herhalende triool(muziek term) als gevolg hebben. Het leek mij interresant om symbiose in mijn concept op te nemen waardoor de vormen een leven gaan lijden en waardoor ook iedere vorm een karakter krijgt. Zodoende ontstaat er een levendig geheel dat gedeeltelijk op toeval en deels op controle van de gebruiker berust. Marie Christine wil daarentegen heel graag met humor binnen juweel ontwerp werken. als voorbeeld haalde zij het werk van Felieke van der Leest aan www.feliekevanderleest.Samen dachten wij iets te doen met microscopische vormen. Deze zouden we een karakter geven en uitwerken in verschillende stoffen. Hiervoor moeten we een onderzoek doen naar verschillende soorten stoffen en hoe deze kunnen gelinkt worden met een karakter bvb: leder voor meer aggresieve vormen en pluizige stoffen voor lieve en vreedzame organismen(bvb pantoffeldiertje)
Verslag 23 november 2007 Deze week zijn we verder gaan nadenken over de materiaalkeuze bij ons project. We zijn naar een stoffenwinkel gegaan en hebben ons daar geïnformeerd over het ruime assortiment stoffen en de mogelijkheden ervan. Ook hebben we een digitale stemrecorder gekocht, die we uit elkaar zullen halen en in ons voorwerp willen verwerken. (Hier gaat Fré zich nog verder in verdiepen met een vriend die electronica heeft gestudeerd.) Verder hebben we ook nagedacht over de specifieke stofkeuze. Deze gaat namelijk afhankelijk zijn van het bekijken van het micro-organisme zelf én van de gedachte over hoe deze micro-organismen geluid zouden maken zoals in onze verbeelding. Bijvoorbeeld een lintworm geeft ons het beeld heel plooibaar en slijmerig te zijn. Een materiaalkeuze zou dan latex bijvoorbeeld kunnen zijn, dit is namelijk een zeer plooibaar materiaal en geeft een gladde structuur en ook de kleur is zoals de kleur van een lintworm, namelijk geelwit. Fré zal dan onderzoek doen naar geluids-vormassociatie. Dit wil zeggen dat hij via synthesis en muzieksoftware een geluid zou maken wat geassocieerd kan worden met een organisme dat wij willen uitbeelden.
De voorbije week hebben we verder nagedacht over welke micro-organismen we gaan uitwerken. We hebben enkele schetsen gemaakt wat voorbeelden kunnen zijn van onze micro-organismen. Ze zullen een styllistisch weergave krijgen. Fré heeft inmiddels al enkele voorbeelden in 3D geschetst. Ikzelf heb eventuele materiaalkeuzes voorgesteld en wil proberen tegen vrijdag al prototypes te maken. Fré gaat morgen met een vriend (die diploma elektronica op zak heeft) afspreken om te onderzoeken welke mogelijkheden we met onze gekochte stemrecorder uit kunnen gaan en welke tips, hulp die hij kan bieden bij ons project.
Hoe ons schema eruit ziet voor deze week: - figuren verder uitwerken - materialen testen of uitvoering mogelijk is - zoeken naar specifieke materialen die we nu voor ogen hebben - prototype maken - zoeken naar de geluidsmogelijkheden
Edit Na de bespreking zijn er nog enkele problemen aan het licht gekomen. De vormen die Fré geschetst heeft, zouden verloren kunnen gaan bij uitwerking in stof. (Styllistische uitwerking) Daarom hebben we besloten om ons concept verder uit te diepen en meer te spelen met het idee van karaktereigenschappen van symbiotische levensvorm. Deze karaktereigenschappen kennen wij toe aan ons micro-organismen. Het zal een geheel van wezentjes worden in één grote vorm. Ieder wezentje heeft zijn eigen karakter en samen dragen zij bij tot één grote vorm, die op zichzelf ook een wezen is. Het wordt dus een samenwerking tussen wezentjes.
Denk ook eens na over de ogenschijnlijke tegenstelling tussen het tastbare/materialiteit en anderzijds virtualiteit/immaterialiteit van een beeld/klank. Ik vertelde jullie vorige week over Laura Marks, een onderzoekster die beelden op hun 'tactiele' eigenschappen onderzocht, wat ze zelf 'the haptic image' noemt, een beeld met eerder intens fysieke, zintuigelijke eigenschappen (ipv visuele). Close-up videobeelden van stoffen, eten, huid, enz horen in dit rijtje. http://www.sfu.ca/~lmarks/touch.html
Je kan dit linken aan de idee van 'beeld-instrument' van Lev Manovich: beelden die niet gewoon meer bekeken worden, maar vb ook gebruikt worden om in te grijpen op de werkelijkheid, om aan te klikken, aan te raken, en ergens anders terecht te komen.
De idee van waterrimpels in het eindwerk van Fré, valt wel te linken aan deze idee van 'de oppervlakte' van beelden, klanken.
Kan een virtueel object van beeld/klank materiële eigenschappen bezitten?
Daarnaast is het interactieve karakter van jullie concept sterk aanwezig. Vertel hier eens wat meer over.
1. Hoe zijn jullie eindwerken verwerkt in je concept? Heeft dit project invloed op het concept van je eindwerk?
2. Jullie hebben het over de ‘karakters’ van materialen. Welke eigenschappen onderscheiden synthetische (dwz digitale, door computergegenereerde) materialen van reële materialen? Welke gelijkenissen zijn er?
3. Gaan deze eigenschappen verloren als je de objecten in een digitale omgeving situeert?
4. Is het ook niet interessant om die karaktereigenschappen te ‘desubjectiveren’, te ontmenselijken, het eerder over eigenschappen van niet-levende materialen te hebben? Welke tastbare eigenschappen hebben nieuwe technologieën bijvoorbeeld?
5. Technologie (de stemrecorder) wordt in een tastbaar, stoffen ‘zacht’ object geïntegreerd, een eigenschap die elektronica vaak net niet bezit. Is dit een bewuste keuze? Wil je hiermee een bepaald statement maken?
Het doet mij denken aan de manier waarop de Japanse cultuur technologie niet als iets bedreigends, maar eerder als iets speels, levens, magisch benaderd (itt tot het Frankenstein complex van de Westerse cultuur). Dit zou te maken hebben met animisme in hun cultuur, het geloof dat alles een ziel bezit.
6. Welke elektronica bezit nog zo’n ‘aaibaarheidsfactor’?
7. Fre, hier wordt gewerkt naar een materiële vorm. Voor je eindejaarsconcept integreer je tastbaarheid via een soort liquide ‘touchscreen’. Moeten hardware interfaces tot digitale immateriële beeld-en klankbronnen tastbare en aanraakbare ontwerpkwaliteiten bezitten in die zin dat ze aangeraakt moeten worden door het menselijke lichaam?
8. Fre, je gebruikt het begrip intuïviteit in je eindejaarsconcept. Hoe definieer je dat begrip?
9. Beschrijf de vorm van interactiviteit die in jullie concept naar voor komt.
10. Valt jullie concept van te linken met Manovich’ concept van automatiek?
11. Op welke manier functioneert jullie micro-organisme? Is de aanwezigheid van de mens nodig om het te activeren? Binnen welke context leeft het, welke microcosmos? Hoe staat het in verbinding met haar omgeving? Communiceert het met de omgeving?
12. Wat bewoog jullie tot de keuze voor microscopische organismes? Is dit een verwijzing naar de onzichtbare codes acher nieuwe media objecten? Brengt deze onzichtbare realiteit net niet het verlangen om met een sterk zichtbare visuele taal te werken?
13. Is jullie organisme een uitvergrote versie van een microscopisch organisme? Is het net als in een computerprogramma eigenlijk met een muisklik te schalen zonder verlies van proporties? Is het normaal gezien niet zichtbaar met het blote oog?
14. Marie-Christine, beschrijf eens gevoelsmatig wat de computer, software en programma’s bij je oproepen? Welke rol spelen nieuwe technologieën in jullie dagelijkse leven?
15. Fré, heeft software voor jou een puur uitvoerende functie van een vooraf bepaald concept of gebeurt het dat je tijdens het ontwerpen in een programma nieuwe inspiratie krijgt?
leestip: over hoe het mechanische op onze lachspieren werkt "Het lachen : essay over de betekenis van het komische" door Henri Bergson
16. In het interview met kunstenaars Anouk De Clercq en Jelle Galle wordt gezegd dat ze eigenlijk nog tot een ‘analoge’ generatie behoren, die pas na de studies, maw de vormingsjaren, met de computer begonnen te werken. Voelen jullie zich de eerste generatie van ‘digitale kunstenaars en ontwerpers’ ? Of is er al sprake van een geïnstitutionaliseerde praktijk?
Fré is ziek vandaag, dus met enige vertraging zal deze blog nog verder worden ingevuld. Ik heb de vragen bijna allemaal ingevuld, Fré moet de persoonlijke vragen gericht aan hem nog antwoorden en (eventueel) nog zijn mening op de al ingevulde antwoorden toevoegen. Groetjes, MC
1.mijn eindwerk heeft als overkoepelend themas symbiose en producing. ik heb dit verder vertaald naar microorganismen omdat deze fijn te stileren zijn 2. fysieke aanwezigheid voelbaarheid 3.euh...ja 4. 5.neen 6. de furby ;) 7.wow euuhm bedoeld u nu in de zin van productdesign(ergonomie,gebruikersgemak) aanraking blijft essentieel net als nu de computer muis ontworpen wordt om gemakkelijk te kunne navigeren zonder krampen te krijgen of zelfs om kans op rsi te beperken...jemig moeilijke vraag 8.intuitief:zelfverklarend naar gebruikersgemak toe in dit specifieke geval
9.het was de bedoeling dat de vormen met elkander interacteren, hiervoor had ik een systeem met infrarood bedacht maar om dit verder uittewerken is er nog tijd nog kennis. Piet had een interresant voorstel om met een soort matroushka vorm op de proppen te komen waarin zich verschillende andere vormen in schuilhouden die,bij uitelkaar nemen, zichtbaar worden.deze vormen zouden in interactie kunne staan door essentieel te zijn voor het funktioneren van de 'host'
10: 11.de bedoeling was door een andere microorganisme in de buurt te plaatsen een soort van interactie tussen beiden uit te lokken. 12. geen verwijzingen nog metaforen hier microscopisch vormen zijn leuk om te stileren, en zeer humoristisch te benaderen. vandaar 13.u plaats de vorm te zeer in context van mijn einwerk.er word geen applicatie gemaakt of voorzien. het betreft hier puur het stileren van een vorm en deze in een 3d omgeving te plaatsen door middel van software( c4d). is er nood aan een diepgravend concept met een filosofische fundament, ik vind van niet.misschien is het mij niet helemaal duidelijk of misschien is de descrepantie tussen Piets doelstelling en die van u te groot. 15. op muziekvlak: het tweede op ontwerpersvlak:het eerste, maar ik twijfel er niet aan dat dit van persoon tot persoon verschilt bvb Wanda 16. ik kan mezelf niet echt als kunstenaar beschouwen op grafisch vlak.maar het valt mij op dat kunst en technologie stillaan meer verweven worden tot een geheel. kijk naar joshua davis, semiconductor chris cunningham... enz
Ik had mijn antwoorden gemaild naar Fré, maar blijkbaar heeft hij alleen zijn antwoorden gepost. :) Dus hier zijn mijn antwoorden:
1. Fré zijn eindwerk gaat over een intuïtief muziekprogramma gebaseerd op vorm- en geluidsassociatie, daarbij werkt hij ook rond symbiose. Ikzelf werk rond humor in de juweelkunst, vertrekkende vanuit actualiteit. Daarom werken we voor deze masterstudio rond micro-organismen te werken, die een humoristische uistraling hebben. Ook willen we de micro-organismen laten communiceren met elkaar. In mijn geval, Marie-Christine, heeft het project weinig invloed op het concept van mijn eindwerk. Ik werk hier rond de humoristische uitwerking van de parasieten. Maar ik zal hier niks van verwerken in mijn eindwerk.
2. Je kan met een computer nooit dé eigenschap van stof bekomen. Stof heeft namelijk een hoge aaibaarheidsfactor, die je digitaal niet kan ervaren. Het virtueel verwerken, nabootsen van een stof of materie zal nooit de werkelijkheidsgraad kunnen evenaren.
3.Eigenlijk heb ik het antwoord al gegeven bij de vorige vraag. Ik zal het voorbeeld geven van digitale versies van juwelen. Ikzelf zie graag de edelmetalen, dus als ik in de bestelboek van Bijou Moderne een nagebootste digitale versie van een juweel zie spreekt het mij zelden aan. Het geeft niet de “feeling”, de juiste eigenschap weer. Bij het zien van een (digitale) foto, geeft het ook nog niet meteen de juiste weergave, maar hier zie ik al meer de karaktereigenschap van dat materiaal waaruit het juweel is gemaakt.
4. We vermenselijken inderdaad vaak materialen. Wij hebben de neiging om materialen en geluiden bijvoorbeeld karaktereigenschappen te geven. We hebben dit eigenlijk minder bij digitale, elektronische voorwerpen.
5. Het is een onbewuste keuze moet ik toegeven. We wilde namelijk onze (atelier-)ervaringen samensmelten in dit concept van de masterstudio. Mijn marteriaalkennis van stof, edelmetalen, leder, Plexiglas, enzovoort zorgden voor een materiële uitwerking in stoffen en plexiglas. Fré zijn interesses voor geluid zorgden dan weer dat we klank in het micro-organisme via de stemrecorder zullen verwerken. We wilden zo de parasieten een leven karakter geven.
6. Electronisch speelgoed heeft vaak ook een hoge aaibaarheidsfactor. Bijvoorbeeld een sprekende pop of een “Furby”. Dit is ook een combinatie van stof en electronica. Dit kan vergeleken worden met onze designertoy van micro-organismen, uitgewerkt in stoffen en Plexiglas gecombineerd met electronisch geluid.
9. Communicatieve interactiviteit. We willen namelijk onze designertoys geluid laten maken, ze met elkaar laten communiceren. Maar ook de mens, toeschouwer heeft invloed bij het aanraken van deze figuren. Ze beginnen namelijk pas te werken bij een aanraking, zo zorgen ze voor communicatie tussen designertoy en mens.
10. Manovich zegt beweert dat bepaalde delen van een creatief proces geautomatiseerd kan worden. Dat de menselijke inbreng in een creatief proces gedeeltelijk kan worden verwijderd. Ik vind dat ons concept wel een heel creatief proces nodig heeft. Brainstormen, schetsen, schrijven, … Onze ideeën vallen niet te automatiseren. Een computer kan ons beginidee niet uitwerken met de "feeling" die wij erbij hebben. Wij zijn nog steeds menselijke wezens met eigen gedachtegang en een computer kan dat nog niet compenseren vind ik.
11. De mirco-organismen beginnen pas te werken, geluid te produceren bij aan het aanraken van hen. Of ze een communicatie met elkaar zullen aangaan, is Fré nu aan het onderzoeken of het in werkelijkheid zou kunnen gaan.
12. Fré is tot deze keuze gekomen naar aanleiding van zijn eindwerk. Een vraag voor hem dus.
13. Het zal een uitvergrote versie zijn van een mirco-organismen. Maar het zal niet de werkelijke weergave zijn van de micro-organismen. Ze zullen humoristischer en abstracter worden uitgewerkt.
14. Ikzelf heb een dubbel gevoel bij “hightech”. Langs de ene kant zie ik hoe bepaalde elektronica ons leven vergemakkelijken, maar ook laten ze ons ook soms wat gemakzuchtig worden. Bijvoorbeeld internet is een goed voorbeeld. Vroeger bij opzoeken, moesten we op zoek gaan in authentieke boeken, terwijl nu al snel wordt gegrepen naar de computer en het internet, enkele seconden en je hebt het resultaat van een zoekactie. Mijn kijk op computer en al de programma’s daar rond zijn dan ook eerder een blik van “vergemakkeling” van wat we vroeger anders deden. Zelf heb ik voor een ambachtelijke kunst gekozen, maar maken we ook soms gebruik van technologie. Bijvoorbeeld bij een werk kon ik uit neopreen niet handmatig een figuur uitsnijden op een strakke manier. Daarom moest ik raad doen op een lasermachine die deze figuur moest uitlaseren. Ik kwam ook tot besef dat het dan nodig was dat iemand de tekening in de computer moest zetten (computerprogrammakennis was dus nodig) en dat er iemand de lasermachine moest instellen (elektronisch toestel moest ook bestuurd kunnen worden).
16.Ik vind dat we in een opkomend digitaal tijdsperk zitten, maar dat we ook nog veel gebruik maken van analoge media. We gebruiken denk ik soms zelfs onbewust digitale media. Bijvoorbeeld internet is zo vanzelfsprekend geworden, terwijl vroeger zelf een computer hebben al iets uitzonderlijk was. Het is nu iets geworden wat we niet kunnen missen. Ikzelf ben ambachtelijk bezig, maar merk dat er soms ook gebruik van digitale hulpmiddelen moet worden gemaakt. Bijvoorbeeld het voorbeeld van het laseren wat ik gaf in vraag 14. Maar zelfs bestellingen voor gereedschap gebeuren sinds dit jaar digitaal. (Vorig jaar nog in boek opschrijven.)
bij deze mijn excuses voor de soms onvolledige antwoorden ik zal nu nog even verder nadenken over de niet ingevulde en te korte antwoorden 3. ja deze gaan verloren omdat de voelbaarheid verdwijnt. je kan wel je voorwerp in een omgeving plaatsen waardoor het idee van een concept verduidelijkt kan worden. buitenstaanders kunnen zo meer voeling krijgen met het geheel idee.zo kan een virtuele wereld geschept worden die het concept versterkt 6. ik kan nu niet dadelijk iets bedenken maar het is waar dat wij technologie als iets aparts, kouds, niet emotioneel beschouwen, een mooi voorbeeld hiervan is de aybo van sony, een robot hondje met sensors die de karaktereigenschappen van een hond op zijn manier tracht te benaderen. Deze Aybo is in Europa totaal geflopt. misschien zijn de spelconsoles van nintendo een voorbeeld van het binnesijpelen van dit bizarre japanse gedrag in Europa. mijn tanden hebben meermaals in het besturings kastje van de console gestaan... 10. hier moet ik marie christine gedeeltelijk gelijk in geven maar de computer mag het creatieve proces nooit sturen en zal dit ook niet doen wanneer vakkundig gebruikt, de computer mag alleen dit creatieve proces ondersteunen. Nu ja je kan gaan discusieren over het feit dat een medium je altijd zal sturen maar de gebruiker bepaald(door zijn kunde wederom) zelf of dit een positief of negatief resultaat heeft(dit beantwoord voor een deel vraag 15 denk ik)
12. bij nader inzien kun je het microorganisme linken aan deze onzichtbare code . wij maken deze zichtbaar. misschien kunnen we de functieuitbeelden bvb celkern: zorgt voor de energie die de cel doet leven, ribosoom: eiwit productie = katalyseren chemische reactie, in stand houden van de dynamische structuren
13 opmerkingen:
Ik en Marie christine hebben na de brainstorm besloten om iets rond microorganismen te doen.
mijn eindwerk omvat een intiutief muziek programma gebaseert op vorm en geluids associatie. Hier bij wil ik gebruik maken van een wateroppervlak dat bij aanraking toon produceert. Door het plaatsen van bepaalde vormen in het beeld kan de waterrimpeling die ontstaat gebroken worden waardoor een afbuiging in het geluid wordt veroorzaakt.
De waterrimpeling kan ook gevangen worden door een soort van fuik(onderwaternet) waardoor het geluid blijft kaatsen binnenin die vorm. Een driehoekig vorm zal dus een herhalende triool(muziek term)
als gevolg hebben. Het leek mij interresant om symbiose in mijn concept op te nemen waardoor de vormen een leven gaan lijden en waardoor ook iedere vorm een karakter krijgt. Zodoende ontstaat er een levendig geheel dat gedeeltelijk op toeval en deels op controle van de gebruiker berust. Marie Christine wil daarentegen heel graag met humor binnen juweel ontwerp werken. als voorbeeld haalde zij het werk van Felieke van der Leest aan www.feliekevanderleest.Samen dachten wij iets te doen met microscopische vormen. Deze zouden we een karakter geven en uitwerken in verschillende stoffen. Hiervoor moeten we een onderzoek doen naar verschillende soorten stoffen en hoe deze kunnen gelinkt worden met een karakter bvb: leder voor meer aggresieve vormen en pluizige stoffen voor lieve en vreedzame organismen(bvb pantoffeldiertje)
blijkbaar is html code maar in beperkte mate mogelijk...
goan met diee pèrdekop! goe bezig jongskes!
Verslag 23 november 2007
Deze week zijn we verder gaan nadenken over de materiaalkeuze bij ons project. We zijn naar een stoffenwinkel gegaan en hebben ons daar geïnformeerd over het ruime assortiment stoffen en de mogelijkheden ervan.
Ook hebben we een digitale stemrecorder gekocht, die we uit elkaar zullen halen en in ons voorwerp willen verwerken. (Hier gaat Fré zich nog verder in verdiepen met een vriend die electronica heeft gestudeerd.)
Verder hebben we ook nagedacht over de specifieke stofkeuze. Deze gaat namelijk afhankelijk zijn van het bekijken van het micro-organisme zelf én van de gedachte over hoe deze micro-organismen geluid zouden maken zoals in onze verbeelding. Bijvoorbeeld een lintworm geeft ons het beeld heel plooibaar en slijmerig te zijn. Een materiaalkeuze zou dan latex bijvoorbeeld kunnen zijn, dit is namelijk een zeer plooibaar materiaal en geeft een gladde structuur en ook de kleur is zoals de kleur van een lintworm, namelijk geelwit. Fré zal dan onderzoek doen naar geluids-vormassociatie. Dit wil zeggen dat hij via synthesis en muzieksoftware een geluid zou maken wat geassocieerd kan worden met een organisme dat wij willen uitbeelden.
De voorbije week hebben we verder nagedacht over welke micro-organismen we gaan uitwerken. We hebben enkele schetsen gemaakt wat voorbeelden kunnen zijn van onze micro-organismen. Ze zullen een styllistisch weergave krijgen. Fré heeft inmiddels al enkele voorbeelden in 3D geschetst. Ikzelf heb eventuele materiaalkeuzes voorgesteld en wil proberen tegen vrijdag al prototypes te maken.
Fré gaat morgen met een vriend (die diploma elektronica op zak heeft) afspreken om te onderzoeken welke mogelijkheden we met onze gekochte stemrecorder uit kunnen gaan en welke tips, hulp die hij kan bieden bij ons project.
Hoe ons schema eruit ziet voor deze week:
- figuren verder uitwerken
- materialen testen of uitvoering mogelijk is
- zoeken naar specifieke materialen die we nu voor ogen hebben
- prototype maken
- zoeken naar de geluidsmogelijkheden
Edit
Na de bespreking zijn er nog enkele problemen aan het licht gekomen. De vormen die Fré geschetst heeft, zouden verloren kunnen gaan bij uitwerking in stof. (Styllistische uitwerking) Daarom hebben we besloten om ons concept verder uit te diepen en meer te spelen met het idee van karaktereigenschappen van symbiotische levensvorm. Deze karaktereigenschappen kennen wij toe aan ons micro-organismen. Het zal een geheel van wezentjes worden in één grote vorm. Ieder wezentje heeft zijn eigen karakter en samen dragen zij bij tot één grote vorm, die op zichzelf ook een wezen is. Het wordt dus een samenwerking tussen wezentjes.
Beste Fré, Marie-Christine,
Deze toy bedoelde ik dus:
http://rotofugi.com/Merchant2/merchant.mvc?Screen=PROD&Store_Code=RDTS&Product_Code=M13822&Product_Count=&Category_Code=
Deze is ook wel leuk;
http://rotofugi.com/Merchant2/merchant.mvc?Screen=PROD&Store_Code=RDTS&Product_Code=IKA-001&Product_Count=&Category_Code=
Dit is ook wel een leuk hebbeding...
http://rotofugi.com/Merchant2/merchant.mvc?Screen=PROD&Store_Code=RDTS&Product_Code=M12512&Product_Count=&Category_Code=
Hey, is dit een trend of wat?
http://rotofugi.com/Merchant2/merchant.mvc?Screen=PROD&Store_Code=RDTS&Product_Code=M11669&Product_Count=&Category_Code=
Ik denk het wel:
http://rotofugi.com/Merchant2/merchant.mvc?Screen=PROD&Store_Code=RDTS&Product_Code=M13865&Product_Count=&Category_Code=
En nog eentje om het af te leren:
http://rotofugi.com/Merchant2/merchant.mvc?Screen=PROD&Store_Code=RDTS&Product_Code=m11823&Product_Count=&Category_Code=
En deze is gewoon ongelofelijk knap, spijtig van de prijs...
http://www.flickr.com/photos/deadzebra/237212216/
Groeten,
Piet
Fré en Marie-Christine,
Denk ook eens na over de ogenschijnlijke tegenstelling tussen het tastbare/materialiteit en anderzijds virtualiteit/immaterialiteit van een beeld/klank. Ik vertelde jullie vorige week over Laura Marks, een onderzoekster die beelden op hun 'tactiele' eigenschappen onderzocht, wat ze zelf 'the haptic image' noemt, een beeld met eerder intens fysieke, zintuigelijke eigenschappen (ipv visuele). Close-up videobeelden van stoffen, eten, huid, enz horen in dit rijtje.
http://www.sfu.ca/~lmarks/touch.html
Je kan dit linken aan de idee van 'beeld-instrument' van Lev Manovich: beelden die niet gewoon meer bekeken worden, maar vb ook gebruikt worden om in te grijpen op de werkelijkheid, om aan te klikken, aan te raken, en ergens anders terecht te komen.
De idee van waterrimpels in het eindwerk van Fré, valt wel te linken aan deze idee van 'de oppervlakte' van beelden, klanken.
Kan een virtueel object van beeld/klank materiële eigenschappen bezitten?
Daarnaast is het interactieve karakter van jullie concept sterk aanwezig. Vertel hier eens wat meer over.
Sarah
terugkoppeling theorie 7/12:
1. Hoe zijn jullie eindwerken verwerkt in je concept? Heeft dit project invloed op het concept van je eindwerk?
2. Jullie hebben het over de ‘karakters’ van materialen. Welke eigenschappen onderscheiden synthetische (dwz digitale, door computergegenereerde) materialen van reële materialen? Welke gelijkenissen zijn er?
3. Gaan deze eigenschappen verloren als je de objecten in een digitale omgeving situeert?
4. Is het ook niet interessant om die karaktereigenschappen te ‘desubjectiveren’, te ontmenselijken, het eerder over eigenschappen van niet-levende materialen te hebben?
Welke tastbare eigenschappen hebben nieuwe technologieën bijvoorbeeld?
5. Technologie (de stemrecorder) wordt in een tastbaar, stoffen ‘zacht’ object geïntegreerd, een eigenschap die elektronica vaak net niet bezit. Is dit een bewuste keuze? Wil je hiermee een bepaald statement maken?
Het doet mij denken aan de manier waarop de Japanse cultuur technologie niet als iets bedreigends, maar eerder als iets speels, levens, magisch benaderd (itt tot het Frankenstein complex van de Westerse cultuur). Dit zou te maken hebben met animisme in hun cultuur, het geloof dat alles een ziel bezit.
6. Welke elektronica bezit nog zo’n ‘aaibaarheidsfactor’?
7. Fre, hier wordt gewerkt naar een materiële vorm. Voor je eindejaarsconcept integreer je tastbaarheid via een soort liquide ‘touchscreen’. Moeten hardware interfaces tot digitale immateriële beeld-en klankbronnen tastbare en aanraakbare ontwerpkwaliteiten bezitten in die zin dat ze aangeraakt moeten worden door het menselijke lichaam?
8. Fre, je gebruikt het begrip intuïviteit in je eindejaarsconcept. Hoe definieer je dat begrip?
9. Beschrijf de vorm van interactiviteit die in jullie concept naar voor komt.
10. Valt jullie concept van te linken met Manovich’ concept van automatiek?
11. Op welke manier functioneert jullie micro-organisme? Is de aanwezigheid van de mens nodig om het te activeren? Binnen welke context leeft het, welke microcosmos? Hoe staat het in verbinding met haar omgeving? Communiceert het met de omgeving?
12. Wat bewoog jullie tot de keuze voor microscopische organismes? Is dit een verwijzing naar de onzichtbare codes acher nieuwe media objecten? Brengt deze onzichtbare realiteit net niet het verlangen om met een sterk zichtbare visuele taal te werken?
13. Is jullie organisme een uitvergrote versie van een microscopisch organisme? Is het net als in een computerprogramma eigenlijk met een muisklik te schalen zonder verlies van proporties? Is het normaal gezien niet zichtbaar met het blote oog?
14. Marie-Christine, beschrijf eens gevoelsmatig wat de computer, software en programma’s bij je oproepen? Welke rol spelen nieuwe technologieën in jullie dagelijkse leven?
15. Fré, heeft software voor jou een puur uitvoerende functie van een vooraf bepaald concept of gebeurt het dat je tijdens het ontwerpen in een programma nieuwe inspiratie krijgt?
leestip: over hoe het mechanische op onze lachspieren werkt
"Het lachen : essay over de betekenis van het komische" door Henri Bergson
16. In het interview met kunstenaars Anouk De Clercq en Jelle Galle wordt gezegd dat ze eigenlijk nog tot een ‘analoge’ generatie behoren, die pas na de studies, maw de vormingsjaren, met de computer begonnen te werken. Voelen jullie zich de eerste generatie van ‘digitale kunstenaars en ontwerpers’ ? Of is er al sprake van een geïnstitutionaliseerde praktijk?
Fré is ziek vandaag, dus met enige vertraging zal deze blog nog verder worden ingevuld.
Ik heb de vragen bijna allemaal ingevuld, Fré moet de persoonlijke vragen gericht aan hem nog antwoorden en (eventueel) nog zijn mening op de al ingevulde antwoorden toevoegen.
Groetjes, MC
1.mijn eindwerk heeft als overkoepelend themas symbiose en producing. ik heb dit verder vertaald naar microorganismen omdat deze fijn te stileren zijn
2. fysieke aanwezigheid
voelbaarheid
3.euh...ja
4.
5.neen
6. de furby ;)
7.wow euuhm bedoeld u nu in de zin van productdesign(ergonomie,gebruikersgemak)
aanraking blijft essentieel net als nu de computer muis ontworpen wordt om gemakkelijk te kunne navigeren zonder krampen te krijgen of zelfs om kans op rsi te beperken...jemig moeilijke vraag
8.intuitief:zelfverklarend naar gebruikersgemak toe in dit specifieke geval
9.het was de bedoeling dat de vormen met elkander interacteren,
hiervoor had ik een systeem
met infrarood bedacht maar om dit verder uittewerken is er nog tijd nog kennis. Piet had een interresant voorstel om met een soort matroushka vorm op de proppen te komen waarin zich verschillende andere vormen in schuilhouden die,bij uitelkaar nemen,
zichtbaar worden.deze vormen zouden in interactie kunne staan door essentieel te zijn voor het funktioneren van de 'host'
10:
11.de bedoeling was door een andere microorganisme in de buurt te plaatsen een soort van interactie tussen beiden uit te lokken.
12. geen verwijzingen nog metaforen hier
microscopisch vormen zijn leuk om te stileren, en zeer humoristisch te benaderen. vandaar
13.u plaats de vorm te zeer in context van mijn einwerk.er word geen applicatie gemaakt of voorzien.
het betreft hier puur het stileren van een vorm en deze in een 3d omgeving te plaatsen door middel van software( c4d). is er nood aan een diepgravend concept met een filosofische fundament, ik vind van niet.misschien is het mij niet helemaal duidelijk of misschien is de descrepantie tussen Piets
doelstelling en die van u te groot.
15. op muziekvlak: het tweede
op ontwerpersvlak:het eerste, maar ik twijfel er niet aan dat dit van persoon tot persoon verschilt bvb
Wanda
16. ik kan mezelf niet echt als kunstenaar beschouwen op grafisch vlak.maar het valt mij op dat kunst en technologie stillaan meer verweven worden tot een geheel. kijk naar joshua davis, semiconductor chris cunningham... enz
Ik had mijn antwoorden gemaild naar Fré, maar blijkbaar heeft hij alleen zijn antwoorden gepost. :) Dus hier zijn mijn antwoorden:
1. Fré zijn eindwerk gaat over een intuïtief muziekprogramma gebaseerd op vorm- en geluidsassociatie, daarbij werkt hij ook rond symbiose. Ikzelf werk rond humor in de juweelkunst, vertrekkende vanuit actualiteit.
Daarom werken we voor deze masterstudio rond micro-organismen te werken, die een humoristische uistraling hebben. Ook willen we de micro-organismen laten communiceren met elkaar.
In mijn geval, Marie-Christine, heeft het project weinig invloed op het concept van mijn eindwerk. Ik werk hier rond de humoristische uitwerking van de parasieten. Maar ik zal hier niks van verwerken in mijn eindwerk.
2. Je kan met een computer nooit dé eigenschap van stof bekomen. Stof heeft namelijk een hoge aaibaarheidsfactor, die je digitaal niet kan ervaren. Het virtueel verwerken, nabootsen van een stof of materie zal nooit de werkelijkheidsgraad kunnen evenaren.
3.Eigenlijk heb ik het antwoord al gegeven bij de vorige vraag. Ik zal het voorbeeld geven van digitale versies van juwelen. Ikzelf zie graag de edelmetalen, dus als ik in de bestelboek van Bijou Moderne een nagebootste digitale versie van een juweel zie spreekt het mij zelden aan. Het geeft niet de “feeling”, de juiste eigenschap weer. Bij het zien van een (digitale) foto, geeft het ook nog niet meteen de juiste weergave, maar hier zie ik al meer de karaktereigenschap van dat materiaal waaruit het juweel is gemaakt.
4. We vermenselijken inderdaad vaak materialen. Wij hebben de neiging om materialen en geluiden bijvoorbeeld karaktereigenschappen te geven. We hebben dit eigenlijk minder bij digitale, elektronische voorwerpen.
5. Het is een onbewuste keuze moet ik toegeven. We wilde namelijk onze (atelier-)ervaringen samensmelten in dit concept van de masterstudio. Mijn marteriaalkennis van stof, edelmetalen, leder, Plexiglas, enzovoort zorgden voor een materiële uitwerking in stoffen en plexiglas. Fré zijn interesses voor geluid zorgden dan weer dat we klank in het micro-organisme via de stemrecorder zullen verwerken. We wilden zo de parasieten een leven karakter geven.
6. Electronisch speelgoed heeft vaak ook een hoge aaibaarheidsfactor. Bijvoorbeeld een sprekende pop of een “Furby”. Dit is ook een combinatie van stof en electronica. Dit kan vergeleken worden met onze designertoy van micro-organismen, uitgewerkt in stoffen en Plexiglas gecombineerd met electronisch geluid.
9. Communicatieve interactiviteit. We willen namelijk onze designertoys geluid laten maken, ze met elkaar laten communiceren. Maar ook de mens, toeschouwer heeft invloed bij het aanraken van deze figuren. Ze beginnen namelijk pas te werken bij een aanraking, zo zorgen ze voor communicatie tussen designertoy en mens.
10. Manovich zegt beweert dat bepaalde delen van een creatief proces geautomatiseerd kan worden. Dat de menselijke inbreng in een creatief proces gedeeltelijk kan worden verwijderd.
Ik vind dat ons concept wel een heel creatief proces nodig heeft. Brainstormen, schetsen, schrijven, … Onze ideeën vallen niet te automatiseren. Een computer kan ons beginidee niet uitwerken met de "feeling" die wij erbij hebben. Wij zijn nog steeds menselijke wezens met eigen gedachtegang en een computer kan dat nog niet compenseren vind ik.
11. De mirco-organismen beginnen pas te werken, geluid te produceren bij aan het aanraken van hen. Of ze een communicatie met elkaar zullen aangaan, is Fré nu aan het onderzoeken of het in werkelijkheid zou kunnen gaan.
12. Fré is tot deze keuze gekomen naar aanleiding van zijn eindwerk. Een vraag voor hem dus.
13. Het zal een uitvergrote versie zijn van een mirco-organismen. Maar het zal niet de werkelijke weergave zijn van de micro-organismen. Ze zullen humoristischer en abstracter worden uitgewerkt.
14. Ikzelf heb een dubbel gevoel bij “hightech”. Langs de ene kant zie ik hoe bepaalde elektronica ons leven vergemakkelijken, maar ook laten ze ons ook soms wat gemakzuchtig worden. Bijvoorbeeld internet is een goed voorbeeld. Vroeger bij opzoeken, moesten we op zoek gaan in authentieke boeken, terwijl nu al snel wordt gegrepen naar de computer en het internet, enkele seconden en je hebt het resultaat van een zoekactie. Mijn kijk op computer en al de programma’s daar rond zijn dan ook eerder een blik van “vergemakkeling” van wat we vroeger anders deden. Zelf heb ik voor een ambachtelijke kunst gekozen, maar maken we ook soms gebruik van technologie. Bijvoorbeeld bij een werk kon ik uit neopreen niet handmatig een figuur uitsnijden op een strakke manier. Daarom moest ik raad doen op een lasermachine die deze figuur moest uitlaseren. Ik kwam ook tot besef dat het dan nodig was dat iemand de tekening in de computer moest zetten (computerprogrammakennis was dus nodig) en dat er iemand de lasermachine moest instellen (elektronisch toestel moest ook bestuurd kunnen worden).
16.Ik vind dat we in een opkomend digitaal tijdsperk zitten, maar dat we ook nog veel gebruik maken van analoge media. We gebruiken denk ik soms zelfs onbewust digitale media. Bijvoorbeeld internet is zo vanzelfsprekend geworden, terwijl vroeger zelf een computer hebben al iets uitzonderlijk was. Het is nu iets geworden wat we niet kunnen missen. Ikzelf ben ambachtelijk bezig, maar merk dat er soms ook gebruik van digitale hulpmiddelen moet worden gemaakt. Bijvoorbeeld het voorbeeld van het laseren wat ik gaf in vraag 14. Maar zelfs bestellingen voor gereedschap gebeuren sinds dit jaar digitaal. (Vorig jaar nog in boek opschrijven.)
bij deze mijn excuses voor de soms onvolledige antwoorden
ik zal nu nog even verder nadenken over de niet ingevulde en te korte antwoorden
3. ja deze gaan verloren omdat de voelbaarheid verdwijnt.
je kan wel je voorwerp in een omgeving plaatsen waardoor het idee van een concept verduidelijkt kan worden. buitenstaanders kunnen zo meer voeling krijgen met het geheel idee.zo kan een virtuele wereld geschept worden die het concept versterkt
6. ik kan nu niet dadelijk iets bedenken maar het is waar dat wij technologie als iets aparts, kouds, niet emotioneel beschouwen, een mooi voorbeeld hiervan is de aybo van sony, een robot hondje met sensors die de karaktereigenschappen van een hond op zijn manier tracht te benaderen. Deze Aybo is in Europa totaal geflopt. misschien zijn de spelconsoles van nintendo een voorbeeld van het binnesijpelen van dit bizarre japanse gedrag in Europa. mijn tanden hebben meermaals in het besturings kastje van de console gestaan...
10. hier moet ik marie christine gedeeltelijk gelijk in geven maar de computer mag het creatieve proces nooit sturen en zal dit ook niet doen wanneer vakkundig gebruikt, de computer mag alleen dit creatieve proces ondersteunen. Nu ja je kan gaan discusieren over het feit dat een medium je altijd zal sturen maar de gebruiker bepaald(door zijn kunde wederom) zelf of dit een positief of negatief resultaat heeft(dit beantwoord voor een deel vraag 15 denk ik)
12. bij nader inzien kun je het microorganisme linken aan deze onzichtbare code . wij maken deze zichtbaar. misschien kunnen we de functieuitbeelden bvb celkern: zorgt voor de energie die de cel doet leven, ribosoom: eiwit productie = katalyseren chemische reactie, in stand houden van de dynamische structuren
Een reactie posten